De afgelopen weken was ik veel onderweg. En het viel me op hoe vaak ik verleid word om iets te kopen. Zeker wanneer ik met de trein aankom op Utrecht CS. Dit station lijkt niet alleen op een winkelcentrum, het is het letterlijk. Van Sissy-Boy en Bruna tot Hunkemöller… het is er allemaal. En dan nog alle eetgelegenheden en koffietentjes erbij. Het houdt niet op.
Soms overvalt het me. Schrik ik van de hoeveelheid mensen én van de hoeveelheid spullen. Alles draait eindeloos door, en wat hébben we veel. Kleding en prullaria. Hoe kunnen we dit ooit stoppen?
Het voelt als een onhoudbare trein die maar blijft doordenderen. Gisteren was ik bij het grofvuil om karton weg te brengen. Ook daar kan ik het maar moeilijk bevatten. Alleen al in mijn kleine dorpsgemeente staat de container met oude matrassen tot de nok toe vol. En ik zie het ene bankstel na het andere in een grote blauwe bak geschoven worden. En dit is nog maar één gemeentewerf.
Het is de grote queeste van onze tijd: hoe gaan we om met zoveel rijkdom en zoveel spullen? Gemak dient de mens… maar is dat wel zo? Ergens voel ik ook mijn eigen verlangen naar gemak. Maar telkens weer merk ik: gemak maakt mijn handen leeg, terwijl ongemak mijn handen laat scheppen.
Omgaan met ongemak leidt tot meer creativiteit en vervulling. Iets zelf repareren, veranderen, omvormen of hergebruiken geeft vaak zoveel meer voldoening dan iets nieuws kopen.
Dus misschien is de vraag niet hoe we de trein stoppen, maar hoe we zélf leren uitstappen.
Stilstaan met Oerbouillon