Natuurvolkeren geven de dood ruim plek in de cirkel van het leven. De dood is een vorm van diepe stilte en is de rustplaats van de ziel. Volgens natuurvolkeren doordrenkt deze bezielde stilte al het leven. En als iemand sterft zal zijn of haar gloed opgaan in alles dat leeft. Hij/zij wordt weerkaatst in de bomen, planten, bloemen, in de glinstering van de sterren en is hoorbaar in het gefluister van de wind en het gekwetter van een vogel.
De dood wordt in onze samenleving voor ons uit geschoven en achter een grote muur geplaatst. We willen er het liefst niets mee te maken hebben. We zijn als samenleving verleerd de dood in te sluiten op een bezielde manier. We missen beelden en rituelen rondom de dood en het eren van de gestorvenen. Al worden we steeds vaker opgeroepen hier over na te denken, omdat de doorgang naar de dood steeds complexer lijkt te worden.
Met Oerbouillon heb ik dagelijks te maken met leven en dood. Negen jaar geleden begon ik met brouwen van de botten van de lievelingskoe van mijn geliefde Boer. Ik kende de koe, ik kende het leven van dit dier en ik kon haar danken. Nu negen jaar verder ken ik de koeien en kippen niet persoonlijk, maar ben ik mij nog net zo bewust van hun dood en dank ik hen voor de levenskracht die zij ons schenken.
Het brouwen van Oerbouillon zie ik als een ritueel rondom dood en leven. De overgebleven botten worden omgezet in levenskracht, volgens de wetten van de natuur. De dood met aandacht eren wordt vanuit natuurvolkeren beschouwd als een manier om het leven te bezielen. En daarom verbind ik met met stilte en buig ik diep voor alles dat ons leven geeft.