De herfst representeert in onze jaarcyclus de tijd van de vermindering. Het is minder lang licht en alles in de natuur begint zich langzaam terug te trekken. De beweging van de herfst is naar binnen en omlaag.
Het is voor veel mensen geen gemakkelijke tijd. In tegenstelling tot de uitbundige kracht van de zomer leeft de herfst ons voor hoe na een fase van maximale bloei, ook een noodzakelijke tijd van inkrimping plaatsvindt.
De herfst duurt van 21 september tot 21 december, maar ieder mens kent ook een innerlijke herfst. Denk maar aan een relatie die stopt of een project dat voltooid is. Of nog heftiger: het sterven van een geliefde of het (noodgedwongen) moeten opgeven van je baan of een deel van je gezondheid. Het liefst houden we het goede in tact, precies zoals het is, maar al het leven is eindeloos beweeglijk.
De grote klus is te leren meebewegen en je innerlijk op te lijnen aan al deze natuurlijke processen. Leren het verlies te nemen en gevoelens van ongemak te verduren. Durven het donker te laten worden. Je lichaam opkrullen en je durven laten vallen. Troost vinden in een dieper gelegen plek in jezelf.
Aan de herfst word je wijs. De schat van het doorleven van de innerlijke herfst, is de groei van je (mede)menselijkheid. Je leert beter in het donker zien en je leert je overgeven aan de leegte om te ontdekken dat je jezelf kunt dragen. Hiermee voed je de grote wijze grijsaard in jezelf. En hiermee groeit compassiekracht: naar jezelf en naar je medemens.
Je bent niet alleen. Wij allen doorleven deze processen.